Ad Hoc Vraag over alternatieven voor huisvesting in natura voor verzoekers om internationale bescherming
Deze ad hoc vraag onderzoekt of landen tussen 2020 en 2025 alternatieven voor huisvesting in natura, zoals financiële steun, hebben ingevoerd voor verzoekers om internationale bescherming. Indien dit het geval is, wordt nagegaan onder welke omstandigheden en voor welke doelgroepen deze alternatieven werden toegepast. Daarnaast wordt onderzocht hoe deze alternatieven werden uitgevoerd, welke systemen werden opgezet om de verplichte toegang tot diensten, zoals juridische ondersteuning en gezondheidszorg, te waarborgen, en welke specifieke maatregelen werden genomen ter ondersteuning van kwetsbare groepen. Tot slot gaat de ad hoc vraag na of deze alternatieven werden beoordeeld aan de hand van een vastgesteld evaluatiesysteem en, indien dit het geval was, wat de belangrijkste resultaten van deze evaluaties waren.
Achtergrond:
In België staat het opvangsysteem, net als in veel andere landen, steeds meer onder druk door verschillende factoren. Het gaat onder meer om het aanhoudend hoge aantal verzoekers om internationale bescherming, de lange duur van asielprocedures en de moeilijkheden die personen die internationale bescherming hebben gekregen ondervinden bij de overstap naar huisvesting buiten het opvangnetwerk.
In deze context lanceerde België deze ad hoc vraag ter voorbereiding van een EMN Inform. Het doel was te onderzoeken of EMN-leden en waarnemende landen tussen 2020 en 2025 gebruikmaakten van alternatieven voor huisvesting in natura om de druk op hun opvangcentra te verlichten. Daarbij werd ook nagegaan hoe zij, binnen het Europese wetgevende, juridische en beleidsmatige kader, hun wettelijke verplichtingen naleefden, de autonomie van verzoekers ondersteunden, rekening hielden met hun kwetsbaarheden en hun integratie in de samenleving bevorderden.
Respondenten:
25 EMN-leden en waarnemende landen, waaronder BE, verstrekten een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Uit een eerste analyse van de resultaten van de ad hoc vraag blijkt het volgende:
- Afgezien van situaties waarin verzoekers ervoor kunnen kiezen om buiten een opvangvoorziening te verblijven zonder verdere ondersteuning, voerden de meeste deelnemende landen, waaronder België, tussen 2020 en 2025 geen alternatieven voor huisvesting in natura in.
- Enkele landen pasten dergelijke alternatieven structureel toe als onderdeel van hun opvangsysteem. Zo konden verzoekers om internationale bescherming die in Oostenrijk op provinciaal niveau in individuele huisvesting verbleven, een maandelijks bedrag ontvangen om hun particuliere huisvesting mee te financieren.
- In sommige landen, waaronder FR, NO, CY en IE, werden alternatieven voor huisvesting in natura ingevoerd als reactie op de grote druk op het opvangsysteem of, zoals in NO, als onderdeel van de noodplanning. In IE konden door de aanzienlijke druk op het opvangsysteem en het algemene woningtekort niet alle verzoekers onmiddellijk bij aankomst worden gehuisvest. De regels voor de dagelijkse toelage werden daarom aangepast, zodat verzoekers aan wie geen huisvesting werd aangeboden een verhoogde toelage konden ontvangen. Daarnaast werden overeenkomsten gesloten met organisaties die daklozen ondersteunen, zodat verzoekers om internationale bescherming zonder toegewezen huisvesting gebruik konden maken van laagdrempelige dagopvang en dienstverlening.
- Een beperkt aantal landen voerde alternatieven in voor verzoekers met specifieke behoeften. Dit was bijvoorbeeld het geval voor kwetsbare verzoekers in Cyprus en voor verzoekers met uitzonderlijke behoeften in bepaalde Duitse deelstaten.
- Landen kunnen aanvullende ondersteunende diensten aanbieden aan verzoekers die gebruikmaken van alternatieven voor huisvesting in natura. In FR werden deze personen bijvoorbeeld ondersteund door de structuren voor eerste opvang van asielzoekers, de zogenaamde SPADA’s, die administratieve en sociale begeleiding verlenen.
- In BE bestonden geen alternatieven voor huisvesting in natura voor verzoekers om internationale bescherming. Wel werden enkele diensten opgericht ter ondersteuning van verzoekers die buiten het opvangnetwerk verblijven. Het Info Point Brussels is bijvoorbeeld een geïntegreerd informatiepunt dat fungeert als centraal loket voor informatie, begeleiding en doorverwijzing naar essentiële diensten, zoals medische zorg en noodopvang. Het Refugee Medical Point is een eerstelijnsdienst die kwetsbare personen laagdrempelige toegang tot basisgezondheidszorg biedt.
- Enkele landen ontwikkelden ook systemen om verzoekers die gebruikmaakten van alternatieven voor huisvesting in natura op te volgen. In PL werden bijvoorbeeld verschillende toezichtsmechanismen ingevoerd. Medewerkers brachten onder meer bezoeken aan de opgegeven verblijfplaatsen om de leefomstandigheden te controleren en na te gaan of de betrokken personen er daadwerkelijk verbleven. Dit gebeurde in het bijzonder bij kwetsbare groepen.
- SE evolueert sinds 2025 daarentegen in de tegenovergestelde richting. Een nieuwe wet verplichtte alle verzoekers die in zelfgeregelde huisvesting verbleven om uiterlijk eind augustus 2025 te verhuizen naar door de autoriteiten toegewezen huisvesting, indien zij hun dagelijkse toelage wilden behouden.
Voor beknopte en vergelijkende informatie kunt u de EMN Inform over dit onderwerp raadplegen. Meer gedetailleerde informatie per land is te vinden in de bijgevoegde compilatie van antwoorden.