Ad Hoc Vraag over verblijfsvergunningen als langdurig ingezetene
Deze ad hoc vraag onderzoekt nationale gegevens, statistische verzamelpraktijken, vastgesteld misbruik en preventieve administratieve en wettelijke controles met betrekking tot de afgifte van verblijfsvergunningen aan langdurig ingezeten derdelanders en hun gezinsleden die vanuit een andere EU-lidstaat verhuizen op grond van Richtlijn 2003/109/EG.
Download publication
Achtergrond:
De mogelijkheid om als langdurig ingezetene een verblijfsvergunning te verkrijgen in een andere EU-lidstaat is vastgelegd in Richtlijn 2003/109/EG en beoogt derdelanders rechten inzake vrij verkeer toe te kennen die vergelijkbaar zijn met die van burgers van de Europese Economische Ruimte (EER). In Zweden ontvangen ze jaarlijks tussen 1.000 en 1.500 langdurig ingezetenen uit andere lidstaten, samen met ongeveer 3.000 gezinsleden, een verblijfsvergunning. De Zweedse Migratiedienst stelde echter misbruik vast, waaronder schijnarbeidsovereenkomsten, frauduleuze aanvragen en arbeidsuitbuiting in laagbetaalde sectoren. Aangezien de controles binnen het EU-mobiliteitskader gebaseerd zijn op concrete aanwijzingen en niet op systematische werkgeverscontroles, lanceerde Zweden deze ad hoc vraag om gegevens, misbruikpatronen en preventieve controlepraktijken binnen de lidstaten in kaart te brengen.
Respondenten:
21 EMN-leden (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
- De statistische opvolging en het aantal afgegeven vergunningen verschillen aanzienlijk tussen de EMN-leden: Uitgesplitste gegevens over statushouders en gezinsleden zijn slechts beschikbaar in een beperkt aantal landen. De hoogste aantallen werden geregistreerd in SE (1.583-2.345 statushouders; 287-758 gezinsleden) en ES (413-510 statushouders; 33-52 gezinsleden). Lagere aantallen werden gerapporteerd door CZ, AT, BG, LT, PL, HR, FR en FI. Veel EMN-leden registreren deze categorie niet afzonderlijk (BE, DE, EE, LV, LU, NL, SK, SI en CY), terwijl IE niet deelneemt aan Richtlijn 2003/109/EG.
- De meest voorkomende nationaliteiten zijn voornamelijk afkomstig uit niet-EU-landen in Europa en Azië: In de EMN-leden die een uitsplitsing naar nationaliteit verstrekten (BG, CZ, FI, FR, LT, PL, ES en SE), behoorden tussen 2023 en 2025 Oekraïense, Pakistaanse, Chinese, Russische, Indiase, Belarussische, Bengaalse, Marokkaanse, Albanese, Vietnamese en Noord-Macedonische onderdanen tot de meest voorkomende nationaliteiten.
- Vastgesteld misbruik is uiterst zeldzaam, met SE als voornaamste uitzondering: De meeste responderende EMN-leden meldden geen vastgesteld misbruik of statistische aanwijzingen van fraude. SE identificeerde daarentegen ongeveer 20 gevallen van schijntewerkstelling tussen 2023 en 2025, waarbij fictieve arbeidsplaatsen werden gecreëerd binnen netwerken van landgenoten om verblijfsvergunningen en gezinshereniging te verkrijgen.
- Preventieve controles richten zich vooral op financiële zelfstandigheid, documentcontrole en verlies van de status van langdurig ingezetene: EMN-leden passen voorafgaande controles en waarborgen toe, waaronder de verificatie van de status van langdurig ingezetene en reisdocumenten (bv. DE en SE), de controle van arbeidsovereenkomsten, lonen en socialezekerheidsgegevens (bv. BE, CY en SE), kruiscontroles met belasting-, arbeids- en strafregisters (bv. LU, HU en ES), het afnemen van interviews (bv. FI en SE) en de intrekking van verblijfsvergunningen wanneer fraude wordt vastgesteld of wanneer de oorspronkelijke status van langdurig ingezetene verloren gaat (bv. DE, CZ, ES en NL).
Voor meer informatie kunt u de compilatie van antwoorden hierboven raadplegen.