Het gebruik van detentie en alternatieven voor detentie in de context van immigratiebeleid in België en de EU (EMN)

Deze focusstudie omvat een vergelijkend rapport uit over het gebruik van detentie en alternatieven voor detentie in de context van immigratiebeleid. Verschillen, gelijkenissen en goede praktijken worden onderzocht.

Achtergrondinformatie

Deze studie focust op het gebruik van detentie en alternatieven voor detentie in de (lid)staten en bekijkt ook de impact op de effectiviteit van het terugkeerbeleid en procedures van international bescherming.

26 EMN Contactpunten, waaronder België, hebben bijgedragen aan de studie. Om verschillen, gelijkenissen en goede praktijkente kunnen identificeren werd gewerkt op basis van een gemeenschappelijke vragenlijst.

In het EU-recht is detentie in de context van immigratiebeleid enkel mogelijk op basis van specifieke gronden zoals voorzien in:
- Richtlijn 2008/115/EG (terugkeerrichtlijn)
- Richtlijn 2003/9/EG en de herschikking hiervan richtlijn 2014/33/EU (opvangrichtlijn)

Belgische studie

In het geval van België, maakt de overheid gebruik van zowel detentie als van alternatieven voor detentie in de context van immigratiebeleid. De bevoegde overheidsinstantie is de Dienst Vreemdelingenzaken (Binnenlandse Zaken).

  • Er zijn vijf gesloten centra in België verspreid over het grondgebied met een capaciteit van ongeveer 521 plaatsen. In 2013, werden 6285 personen in een gesloten centrum vastgehouden.
  • De wet verbiedt de detentie van niet-begeleide minderjarigen. Families met minderjarigen worden momenteel gebracht naar woonunits of familie-eenheden, hetgeen een alternatief voor detentie is dat werd opgezet in oktober 2008.

Uitdagingen inzake detentie en alternatieven voor detentie in België:

  • Het aanpakken van de hoge aantal onderduikingen in de wooneenheden of familie-eenheden.
  • Het verbeteren van het individuele onderzoeksprocedure om de geschiktheid van een detentiemaatregel n ate gaan.
  • Het aanpakken van praktische en budgettaire problemen om andere alternatieven voor detentie te kunnen implementeren.

Lees hier meer over het Belgische rapport.

Europees comparatief syntheserapport

Het Europese syntheserapport kwam tot stand op basis van de nationale rapporten van 25 lidstaten plus Noorwegen. Een EMN Inform vat enkele bevindingen uit de studies samen.

De belangrijkste gelijkenissen die werden geïdentificeerd zijn:

  • Detentie van kwetsbare personen is ofwel expliciet verboden of enkel mogelijk onder bepaalde omstandigheden in de grote meerderheid van de l(lid)staten.
  • Gemeenschappelijke patronen werden geïdentificeerd in de basisdiensten die voorzien zijn over de (lid)staten (medische zorg, juridische hulp, taalondersteuning, het recht op contact met de buitenwereld);
  • In alle (lid) staten zijn er in meer of mindere mate alternatieven voor detentie.

De grootste verschilpunten die werden geïdentificeerd betreffen:

  • Nationale wettelijke kaders verschillen tussen de (lid)staten, zowel wat betreft de categoriëen derdelanders die in detentie terecht kunnen komen, als wat betreft de detentiegronden.
  • De rol van gerechtelijke overheden met betrekking tot detentie veschilt significant tussen de (lid)staten.

Het is moeilijk om de impact te meten van het plaatsen van derdelanders in detentie versus in alternieven voor detentie op de effectiviteit van het terugkeerbeleid enerzijds en met betrekking tot de procedures voor international bescherming anderzijds. Weinig data is beschikbaar om dit impactonderzoek te voeren.

Algemeen genomen lijkt het beschikbare materiaal te wijzen in de richting van een erg beperkte impact van detentie versus alternatieven voor detentie op de mogelijkheden van een (lid)staat om snelle en faire beslissingen te nemen over terugkeer.

Publication Date:
ma 03 nov 2014
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
Trefwoorden: