Bevordering van duurzame integratie op de arbeidsmarkt van onderdanen van derde landen: beleid en instrumenten voor het afstemmen van vaardigheden

Deze gezamenlijke studie van het EMN en de OESO onderzoekt de afstemming tussen de vaardigheden van migranten en de behoeften van de arbeidsmarkt bij de EMN-leden en waarnemende landen. De studie geeft antwoord op twee centrale onderzoeksvragen: hoe en waarom worden verschillende groepen migranten getroffen door een mismatch tussen vaardigheden en de arbeidsmarkt? Hoe wordt hierop gereageerd in het beleid van de EMN-leden? Het onderzoek heeft tot doel kennis op te bouwen over doeltreffende beleidsmaatregelen om de afstemming van vaardigheden te bevorderen en de discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt onder onderdanen van derde landen in de EMN-leden aan te pakken.

Om de bevindingen van het onderzoek te kunnen begrijpen, moet men eerst weten wat onder ‘mismatch in vaardigheden’ wordt verstaan en welke groep migranten in de analyse is meegenomen.

Onder mismatch in vaardigheden wordt verstaan: de kloof tussen de vaardigheden en kwalificaties waarover individuen beschikken en die welke vereist zijn voor de functies die zij bekleden. Dit wordt doorgaans op twee manieren gemeten: verticale mismatch in vaardigheden, waarbij het opleidings- of vaardigheidsniveau van een persoon hoger of lager ligt dan de vereisten voor zijn of haar beroep, en horizontale mismatch in vaardigheden, waarbij het vakgebied van de opleiding of beroepsopleiding niet overeenkomt met het beroep. Deze mismatches kunnen ertoe leiden dat migranten worden ingezet onder hun kwalificatieniveau, of dat zij te maken krijgen met hogere niveaus van werkloosheid of ondertewerkstelling dan vergelijkbaar gekwalificeerde personen zonder migratieachtergrond.

Het onderzoek richt zich op legaal verblijvende onderdanen van derde landen, waaronder arbeidsmigranten, familiemigranten, personen die internationale bescherming genieten en personen die tijdelijke bescherming genieten. Verzoekers om internationale bescherming vallen niet binnen het toepassingsgebied van het onderzoek.

Belgische studie:

In dit licht belicht de Belgische studie verschillende belangrijke bevindingen:

  • In België hebben onderdanen van derde landen vaker te maken met een mismatch tussen vaardigheden en functies dan de autochtone bevolking, wat aansluit bij bredere EU-trends. Een specifiek kenmerk van de Belgische context is de hoogopgeleide arbeidsmarkt, wat met name gevolgen heeft voor hoogopgeleide migranten, die vaker werk vinden dat onder hun opleidingsniveau ligt.
     

  • In België wordt de mismatch in vaardigheden beïnvloed door zowel migranten-specifieke als structurele factoren. Taalbarrières, problemen bij de erkenning van buitenlandse diploma’s en praktijken van werkgevers komen samen met een sterk gereguleerde, meertalige en regionaal diverse arbeidsmarkt, wat de toegang van migranten tot jobs die aansluiten bij hun vaardigheden beïnvloedt.
     

  • Verschillende initiatieven in heel België laten veelbelovende resultaten zien wat betreft het verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Effectieve aanpakken combineren verschillende vormen van ondersteuning, waaronder gepersonaliseerde begeleiding, mentoring, taal- en beroepsopleidingen, praktijkervaring en betrokkenheid van werkgevers. Lokale initiatieven onderstrepen bovendien het belang van op maat gemaakte benaderingen en samenwerking tussen integratieactoren, arbeidsbemiddelingsdiensten en werkgevers.
     

  • Er zijn nog steeds verschillende uitdagingen die de afstemming van vaardigheden op de arbeidsmarkt in België belemmeren. Het gaat onder meer om problemen bij de erkenning van buitenlandse diploma’s en werkervaring, taalbarrières, discriminerende wervingspraktijken en beperkte toegang tot professionele netwerken en informatie. Bovendien kunnen verschillen in regionale aanpak, een gefragmenteerd dienstenaanbod, beperkte mogelijkheden voor bijscholing en beperkte ondersteuning na toetreding tot de arbeidsmarkt migranten ervan weerhouden om een job te vinden die beter aansluit bij hun vaardigheden.
     

  • De belangrijkste lessen die uit België zijn geleerd, zijn onder meer het belang van vroege kennismaking met en oriëntatie op de arbeidsmarkt, een gecoördineerde uitvoering van integratie- en werkgelegenheidsmaatregelen, en blijvende ondersteuning ook na de eerste stap op de arbeidsmarkt.

Lees voor meer details het volledige Belgische onderzoek hierboven.

Europese studie:

De Belgische bevindingen maken deel uit van een breder geheel. In het gezamenlijke onderzoek van het EMN en de OESO wordt ook de situatie bij de EMN-leden en waarnemende landen onder de loep genomen, waarbij de volgende belangrijkste bevindingen naar voren komen:

  • Onderdanen van derde landen hebben doorgaans vaker te maken met overkwalificatie dan de autochtone bevolking bij de EMN-leden, en deze ongelijkheid blijft bestaan ondanks een langere verblijfsduur.
     

  • De mismatch tussen vaardigheden wordt door meerdere factoren veroorzaakt. Beperkte taalvaardigheid, problemen bij de erkenning van buitenlandse diploma’s, gendergerelateerde zorgverantwoordelijkheden, een hogere leeftijd bij aankomst en discriminatie kunnen allemaal van invloed zijn op het vermogen van migranten om toegang te krijgen tot werk dat aansluit bij hun vaardigheden en kwalificaties.
     

  • Om de mismatch tussen vaardigheden aan te pakken, is de inzet van meerdere actoren nodig. Hoewel de ministeries die verantwoordelijk zijn voor werkgelegenheid en sociale zaken een sleutelrol spelen, is voor een effectieve matching van vaardigheden ook de inbreng van lokale overheden, sociale partners, werkgevers en ondersteunende organisaties van belang.
     

  • De EMN-leden hebben een breed scala aan maatregelen ontwikkeld om de afstemming van vaardigheden te verbeteren. Deze maatregelen omvatten onder meer het vereenvoudigen van de erkenning van kwalificaties, het aanbieden van taalopleidingen, het ondersteunen van bijscholing en omscholing, het bieden van loopbaanbegeleiding en het helpen van werkgevers om de vaardigheden van migranten beter in kaart te brengen en in te zetten, teneinde tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheidskloven in specifieke sectoren aan te pakken.
     

  • Tot de goede praktijken behoort het combineren van verschillende soorten maatregelen om tot een geïntegreerde aanpak te komen die zowel de erkenning van kwalificaties en eerder verworven competenties als taal- en beroepsopleidingen omvat. Ook maatregelen die gericht zijn op de arbeidsmarkt, op werkgevers en op specifieke doelgroepen worden als cruciaal aangemerkt.
     

  • Er zijn nog steeds uitdagingen bij het creëren van effectieve trajecten voor het afstemmen van vaardigheden, die voornamelijk worden veroorzaakt door onvoldoende geavanceerde taalondersteuning, ingewikkelde bureaucratische procedures voor erkenning en belemmeringen aan de kant van werkgevers, zoals discriminatie en een gebrek aan kennis van de regelgeving inzake aanwerving.

Raadpleeg voor meer informatie het volledige EU-onderzoek dat hierboven beschikbaar is.