Ad Hoc Vraag over procedures voor personen die het opvangsysteem voor internationale bescherming verlaten
Deze ad hoc vraag onderzoekt of EMN-leden en waarnemende landen worden geconfronteerd met situaties waarin personen in opvangvoorzieningen verblijven nadat hun recht op opvang is beëindigd. Ze gaat na of landen beschikken over mechanismen waarmee personen in het opvangsysteem een deel van hun inkomen kunnen sparen om de toegang tot zelfstandige huisvesting te vergemakkelijken, dan wel of er rechtstreekse financiële steun wordt verleend. Daarnaast bekijkt de ad hoc vraag welke procedures bestaan voor personen die zonder geldige reden weigeren het opvangsysteem te verlaten, en of er financiële terugbetalingsmechanismen bestaan voor kosten die ontstaan wanneer iemand onrechtmatig in de opvang blijft.
Achtergrond:
Spanje stelde vast dat een toenemend aantal personen in opvangvoorzieningen blijft nadat zij hun recht op verblijf in die voorzieningen hebben verloren. Binnen het Spaanse stelsel van sociale bescherming moet de overheid vermijden dat bepaalde personen die als kwetsbaar worden beschouwd, zoals begunstigden van internationale bescherming, in een situatie van bestaansonzekerheid terechtkomen. Dit houdt in dat hun tijdelijk verblijf in opvangvoorzieningen verder moet worden toegestaan totdat een passend alternatief is gevonden. Spanje lanceerde deze ad hoc vraag om na te gaan of ook andere EMN-leden en waarnemende landen met dergelijke situaties worden geconfronteerd en welke mogelijke uitstapalternatieven zij aanbieden.
Respondenten:
26 EMN-leden en waarnemende landen (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
- De helft van de respondenten (BE, HR, FR, DE, GR, IE, IT, LV, LU, PL, SI, ES, SE) maakt melding van situaties waarin personen in opvangvoorzieningen blijven nadat hun recht op opvang is beëindigd. Een van de belangrijkste drempels die deze landen signaleren, is de moeilijke toegang tot sociale huisvesting of tot de private huurmarkt na een positieve beslissing, zoals onder meer door BE wordt vermeld.
- De meeste EMN-leden en waarnemende landen beschikken niet over specifieke mechanismen die personen in het opvangsysteem toelaten om een deel van hun inkomen te sparen om de toegang tot zelfstandige huisvesting te vergemakkelijken. Verschillende EMN-leden en waarnemende landen verwijzen wel naar toegang tot werk en loon, en naar de mogelijkheid voor personen om hun eigen financiën te beheren, terwijl zij een bepaalde bijdrage leveren aan de opvangkosten. Dat is bijvoorbeeld het geval in LU.
- Slechts enkele EMN-leden en waarnemende landen voorzien in specifieke steun voor de overgang naar zelfstandige huisvesting voor begunstigden van internationale bescherming. Voorbeelden hiervan zijn eenmalige financiële steun voor kosten die verband houden met de overgang naar zelfstandige huisvesting, zoals in EE, integratietoelagen, zoals in SK, of integratieprogramma’s, zoals in PL en EL. Daarnaast verwijzen EMN-leden en waarnemende landen naar toegang tot openbare sociale zekerheidsdiensten of huisvestingssteun die beschikbaar zijn voor begunstigden van internationale bescherming. Ook bestaan er in verschillende EMN-leden en waarnemende landen overgangs- of gedoogperiodes in opvangcentra na een positieve beslissing. Deze periodes variëren van één maand tot één jaar.
- Voor situaties waarin personen zonder geldige reden weigeren het opvangsysteem te verlaten nadat hun recht op opvang is beëindigd, vermelden sommige EMN-leden en waarnemende landen rechtstreekse samenwerking met de politie of gedwongen tenuitvoerlegging, zoals SE. In andere EMN-leden en waarnemende landen, zoals NL, bestaan administratieve uitzettingsprocedures waarvoor rechterlijke tussenkomst vereist is. IE en ES geven aan dat zij een beleid voeren waarbij personen niet gedwongen uit opvangcentra worden verwijderd. Deze doelgroep blijft daardoor in het opvangsysteem gehuisvest.
- De meerderheid van de EMN-leden en waarnemende landen beschikt niet over mechanismen voor financiële terugbetaling tijdens periodes waarin personen onrechtmatig in de opvang blijven. Uitzonderingen zijn FR, waar de financiële bijdrage in dergelijke gevallen wordt verhoogd, LU, waar een procedure tot invordering van onbetaalde bijdragen kan worden opgestart, en SK, waar personen tijdens de overgangsperiode een dagvergoeding betalen.
- Tot slot verwijzen de meeste EMN-leden en waarnemende landen naar ondersteunings- en begeleidingssystemen om het vertrek uit het opvangsysteem te vergemakkelijken, evenals naar verschillende programma’s die deze overgang en verdere integratie ondersteunen.
Voor meer informatie kunt u de compilatie van antwoorden hierboven raadplegen.