Ad Hoc Vraag over het reguleren van wervingskosten aangerekend door uitzendbureaus aan arbeidsmigranten
Deze ad hoc vraag onderzoekt of, en op welke manier, EMN-leden en waarnemende landen uitzendbureaus reguleren die wervingskosten aanrekenen aan werknemers uit derde landen. Meer specifiek verzamelt de ad hoc vraag informatie over de wettelijke basis voor dergelijke regelgeving, evenals over eventuele maximumbedragen voor kosten en sancties in gevallen waarin wervingskosten onrechtmatig werden aangerekend.
Achtergrond:
Het aantal onderdanen van derde landen dat via het Ierse systeem van arbeidsvergunningen wordt aangeworven, is sinds 2021 meer dan verdubbeld. Hoewel de Ierse Employment Permits Act 2024 werkgevers verbiedt om wervingskosten af te trekken van het loon, bestaat er onduidelijkheid over kosten die worden aangerekend door uitzendbureaus en tussenpersonen. Rapporten van Ierse ngo’s tonen aan dat sommige arbeidsmigranten buitensporig hoge bedragen betalen, vaak tussen €2.000 en €18.000, wat dikwijls verband houdt met bredere vormen van uitbuiting op de werkvloer. Deze ad hoc vraag heeft tot doel te begrijpen hoe andere EMN-leden en waarnemende landen deze praktijken reguleren om een eerlijke behandeling en bescherming van migrerende werknemers te waarborgen.
Respondenten:
24 EMN-leden en waarnemende landen (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
-
Landen hanteren verschillende benaderingen voor de regulering van bureaus die wervingskosten aanrekenen aan onderdanen van derde landen. Verschillende landen beschikken over expliciete regelgeving voor deze bureaus via nationale arbeidswetgeving (AT, HR, EE, FI, DE, HU, IE, LV, LT, NL, PL, SK). In andere landen bestaat er geen specifieke regelgeving gericht op bureaus, maar is het in de praktijk in feite verboden omdat arbeidsbemiddeling kosteloos moet worden aangeboden aan werkzoekenden (BE, BG, CZ, EL, IT, SI, ES, RS). Enkele landen meldden dat er momenteel geen wetgeving bestaat die dergelijke kosten reguleert (CY, FR, LU, SE).
-
De belangrijkste wettelijke basis voor deze regelgeving bestaat uit nationale arbeids-, tewerkstellings- of sociale wetten. Daarnaast verwezen veel EMN-landen naar Conventie nr. 181 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) inzake Particuliere Arbeidsbemiddelingsbureaus als basis voor het principe “de werkgever betaalt”, dat bepaalt dat werknemers geen wervingskosten mogen worden aangerekend (BE, CZ, LV, LT, SK).
-
De meerderheid van de landen neemt geen specifieke regels inzake kosten van wervingsbureaus op in bilaterale overeenkomsten met herkomstlanden (BE, HR, EE, DE, HU, IE, LT, NL, PL, SK). Er bestaan echter enkele uitzonderingen: AT heeft memoranda van overeenstemming met de Filipijnen en Indonesië die onrechtmatige kosten expliciet verbieden. FI gebruikt niet-bindende samenwerkingsdocumenten om ethische rekrutering te bevorderen en de kosten voor migranten te beperken. LV heeft overeenkomsten met landen zoals Oezbekistan en Moldavië die de nationale wetgeving inzake “kosteloze dienstverlening” versterken.
-
Sommige landen voorzien in een gereguleerd maximumbedrag dat in specifieke gevallen mag worden aangerekend: DE staat maximaal €2.000 toe voor een succesvolle plaatsing, met lagere limieten voor au pairs (€150). AT staat een vergoeding toe tot 10% van het loon, maar enkel voor artiesten of sporters. LV staat maximaal €50 toe, maar uitsluitend voor de voorbereiding van documenten, niet voor de arbeidsbemiddeling zelf. PL laat bureaus toe om “daadwerkelijk gemaakte kosten” aan te rekenen, zoals reiskosten, visa en medische onderzoeken, maar verbiedt commissies. Daarnaast vereist IE dat de specifieke tariefschalen van bureaus door de overheid worden goedgekeurd.
-
Landen passen verschillende sancties toe wanneer wervingsbureaus onrechtmatig kosten aanrekenen. Administratieve geldboetes zijn de meest voorkomende sanctie (AT, HR, EE, DE, HU, IE, LV, LT, NL, PL, SK). Veel landen voorzien ook in de intrekking van vergunningen of schrapping uit nationale registers (CZ, EE, HU, IE, LV, LT, PL). FI meldde de strengste maatregelen, waarbij het aanrekenen van wervingskosten een strafbaar feit is waarop een gevangenisstraf van maximaal één jaar staat. LV merkte ook op dat overtreders gedurende maximaal drie jaar verboden kan worden om onderdanen van derde landen uit te nodigen.
Voor verdere details wordt verwezen naar de hierboven bijgevoegde compilatie van antwoorden.