Ad Hoc Vraag over veilige landen van herkomst en veilige derde landen
Deze ad hoc vraag, die diende ter voorbereiding van een EMN inform, verzamelde informatie over nationale lijsten van veilige landen van herkomst en veilige derde landen, inclusief de vaststelling en het gebruik ervan. Er werd gekeken naar uitzonderingen voor specifieke regio's of categorieën aanvragers en de procedures die op hun verzoeken worden toegepast. Ook werd de toepassing van het concept 'veilig derde land' onderzocht, met inbegrip van beoordelingen, waarborgen en praktische uitdagingen. Ten slotte werd gepeild naar de gebruikte bronnen, jurisprudentie, goede praktijken en geplande aanpassingen aan de nieuwe Verordening asielprocedures.
Download publication
Achtergrond:
In het kader van het werkprogramma 2025 stelde het EMN een inform op getiteld "Safe countries of origin and safe third countries: criteria for identifying and examining applications in light of the new Asylum Procedure Regulation (EU) 2024/1348" . Het doel van deze inform was om de nationale invullingen van de concepten 'veilig land van herkomst' ('Safe Country of Origin' of SCO) en 'veilig derde land' ('Safe Third Country' of STC) in kaart te brengen, in de context van de aanstaande Verordening asielprocedures die vanaf juni 2026 van kracht is. Om betrouwbare en actuele informatie te verzamelen voor het opstellen van de inform, werd deze ad hoc vraag gelanceerd.
Respondenten:
24 EMN-leden (waaronder BE) gaven een publiek antwoord op de ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag laat o.a. het volgende zien:
-
19 EMN-leden gaven aan gebruik te maken van een nationale lijst van veilige landen van herkomst (SCO). Finland en Portugal passen het SCO-concept op een case-by-case basis toe. EE, MT en LU hanteren territoriale of groepsuitzonderingen op de toepassing van het SCO-concept, omdat aanvragers uit bepaalde regio's of behorend tot specifieke categorieën personen nog steeds risico kunnen lopen op vervolging of ernstige schade.
-
21 EMN-leden hebben bepalingen in de nationale wetgeving die het gebruik van het concept 'veilig derde land' (STC) regelen. Hiervan hebben zes landen nationale lijsten van STC's vastgesteld, terwijl 13 landen de STC-beoordeling op ad-hoc basis toepassen. CY, HU en MT hanteren uitzonderingen voor SCO's of STC's op basis van specifieke regio's of categorieën van aanvragers.
-
Zes respondenten meldden uitdagingen inzake het STC-concept. Deze omvatten: juridische procedures rond de aanwijzing van specifieke landen als veilig, het vaststellen van een redelijke band tussen een aanvrager en het betreffende derde land, en de overname (rebound) van aanvragers door STC's.
-
Acht EMN-leden meldden goede praktijken bij de toepassing van de SCO- en STC-concepten, grotendeels met betrekking tot het opsporen van kwetsbare aanvragers en de beoordeling van hun aanvragen (bijv. uitgebreidere training van dossierbehandelaars, aanpassing van de manier van interviewen, en wijzigingen in de onderzoeksprocedure).
De inform over dit onderwerp bevat een uitgebreidere analyse. Voor gedetailleerde informatie over een specifiek land kan u de hierboven bijgevoegde compilatie van antwoorden raadplegen.