In de zaak X/België, bij arrest van 17 november 2022, interpreteerde het Hof van Justitie (hierna: HvJ) de betekenis van artikel 2f), en artikel 10, lid 3, a), van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Meer bepaald, oordeelde het HvJ dat een niet-begeleide minderjarige vluchteling die in een lidstaat verblijft, niet ongehuwd hoeft te zijn om recht te hebben op gezinshereniging met eerstegraads verwanten in rechtstreekse opgaande lijn.