Ad Hoc Vraag over verblijfsvergunningen voor onderzoekers en onderbrekingen tussen opeenvolgende gastovereenkomsten

Deze ad hoc vraag onderzoekt de nationale praktijken in de EMN-leden en waarnemende landen met betrekking tot de geldigheidsduur van verblijfsvergunningen voor onderzoekers op grond van Richtlijn (EU) 2016/801, de procedures voor het overbruggen van onderbrekingen tussen gastovereenkomsten bij de verlenging van verblijfsvergunningen, en de gevolgen van dergelijke onderbrekingen voor de vereisten inzake ononderbroken verblijf bij het verkrijgen van een verblijfsrecht van lange duur of de nationaliteit.

Achtergrond:

De Finse immigratiedienst lanceerde deze ad hoc vraag om na te gaan hoe andere landen omgaan met verblijfsvergunningen voor onderzoekers die worden afgegeven op grond van Richtlijn (EU) 2016/801. Artikel 18 koppelt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning aan de duur van de gastovereenkomst (minstens één jaar, of korter indien de overeenkomst een kortere looptijd heeft).

In Finland interpreteren de nationale autoriteiten de richtlijn zo dat er geen verblijfsvergunning mag worden verleend voor een periode die niet door een geldige gastovereenkomst wordt gedekt, ook niet met terugwerkende kracht. Wanneer een onderzoeker overstapt van de ene onderzoeksinstelling naar de andere, kunnen onderbrekingen tussen opeenvolgende gastovereenkomsten bijgevolg leiden tot onderbrekingen in de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning. In Finland hebben dergelijke onderbrekingen gevolgen voor onderzoekers die een permanente verblijfsvergunning of de nationaliteit aanvragen, aangezien daarvoor een ononderbroken verblijfsperiode vereist is.

Met deze ad hoc vraag worden de praktijken in verschillende landen vergeleken om de beleidsvorming in Finland te ondersteunen op basis van feitelijke gegevens.

Respondenten:

In totaal hebben 24 EMN-leden en waarnemende landen, waaronder BE, een openbaar antwoord op deze ad hoc vraag ingediend.

Bevindingen:

Uit een voorlopige analyse van de antwoorden op de ad hoc vraag komen de volgende bevindingen naar voren:

  • De overgrote meerderheid van de deelnemende landen koppelt de geldigheidsduur van verblijfsvergunningen voor onderzoekers rechtstreeks aan de duur van de gastovereenkomst. In de meeste landen mag de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet langer zijn dan de looptijd van de onderzoeksovereenkomst. Slechts enkele landen staan op grond van hun nationale wetgeving een langere geldigheidsduur toe. Zo verleent Oostenrijk (AT) verblijfsvergunningen die drie maanden langer geldig zijn dan de overeenkomst, verlengt Litouwen (LT) de geldigheidsduur met zes maanden voor overeenkomsten met een looptijd van minder dan twee jaar, en voorziet Estland (EE) in een tijdelijk wettig verblijf van 270 dagen na het verstrijken van de geldigheidsduur.
     
  • Bij de verlenging van verblijfsvergunningen op basis van opeenvolgende gastovereenkomsten laten de meeste landen de nieuwe vergunning ingaan op de startdatum van de nieuwe overeenkomst. Wanneer er een onderbreking is tussen twee overeenkomsten, laten de immigratiediensten in de meeste landen (zoals BE, FI, LV, LT, LU, NL en PL) de verlengde verblijfsvergunning ingaan op de begindatum van de nieuwe overeenkomst, zonder de tussenliggende periode met terugwerkende kracht te dekken. Oostenrijk (AT), Duitsland (DE), Griekenland (EL) en Servië (RS) kunnen daarentegen onder bepaalde wettelijke voorwaarden, bijvoorbeeld wanneer de verlengingsaanvraag tijdig werd ingediend, een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht verlenen of de continuïteit van het verblijfsrecht vanaf de vervaldatum van de vorige vergunning waarborgen.
     
  • Landen maken gebruik van verschillende administratieve mechanismen om overgangsperiodes te overbruggen en het wettig verblijf van onderzoekers te waarborgen. Om te voorkomen dat onderzoekers onwettig op het grondgebied verblijven terwijl hun aanvraag wordt behandeld of een nieuwe overeenkomst wordt afgewacht, verstrekken verschillende landen tijdelijke documenten. Voorbeelden hiervan zijn bijlage 49 in België (BE), de Fiktionsbescheinigung in Duitsland (DE), digitale attesten tijdens de behandeling van aanvragen in Frankrijk (FR), tijdelijke attesten in Hongarije (HU), SURP-attesten in Litouwen (LT) en aanvraagattesten in Slovenië (SI). Daarnaast bieden verschillende landen onderzoekers de mogelijkheid om na de afronding van hun onderzoek over te stappen naar een verblijfsvergunning om werk te zoeken, bijvoorbeeld voor maximaal negen maanden in Bulgarije (BG) en twaalf maanden in Frankrijk (FR) en Spanje (ES).
     
  • De gevolgen van onderbrekingen tussen verblijfsvergunningen voor de vereisten inzake ononderbroken verblijf verschillen aanzienlijk tussen de landen. In een eerste groep landen (zoals BE, BG, EE, FI, LV, LT en ES) onderbreekt elke daadwerkelijke onderbreking tussen verblijfsvergunningen de periode van ononderbroken verblijf die vereist is voor het verkrijgen van een verblijfsrecht van lange duur of voor naturalisatie. In een tweede groep landen (zoals HR, CZ, FR, DE, HU, IE, PL en SK) leidt een onderbreking tussen overeenkomsten niet noodzakelijk tot een onderbreking van het ononderbroken verblijf, op voorwaarde dat de verlengingsaanvraag tijdig werd ingediend, een tijdelijke verblijfsstatus werd toegekend of de onderbreking binnen de wettelijk toegestane afwezigheidsperiodes valt.

Raadpleeg voor meer informatie de bijgevoegde compilatie van de antwoorden op deze ad hoc vraag.

Publication Date:
za 24 okt 2026
Geografie:
Hoofdthema:
Publicatietype:
Opdrachtgever:
Trefwoorden: