Ad Hoc Vraag over buurtinitiatieven die door de opvangcentra worden uitgevoerd
Deze ad hoc vraag onderzoekt of het nationale beleidskader van de EMN-leden en de waarnemende landen opvangcentra verplicht of aanmoedigt om, zodra ze operationeel zijn, initiatieven te organiseren ter bevordering van de interactie met de lokale gemeenschap, en zo ja, wat de belangrijkste activiteiten zijn. Ook wordt nagegaan of landen speciaal personeel hebben aangesteld om deze buurtinitiatieven te organiseren. Ten slotte gaat de vraag in op de wijze waarop deze initiatieven worden gemonitord en geëvalueerd, en op de belangrijkste resultaten en uitkomsten die zijn behaald.
Achtergrond:
In België organiseren opvangcentra die worden beheerd door Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers, “buurtinitiatieven“ om verzoekers om internationale bescherming in contact te brengen met de lokale gemeenschap. Deze initiatieven zijn erop gericht positieve relaties tussen opvangcentra en lokale inwoners te bevorderen door een duidelijk en genuanceerd beeld van het opvangsysteem te geven, een positief beeld van het leven in opvangcentra te stimuleren en de integratie van de centra in de bredere gemeenschap te ondersteunen. Op het niveau van de opvangcentra zorgt een gespecialiseerde integratiemedewerker (ongeveer 1 voltijdsequivalent per centrum) voor de uitvoering en coördinatie van deze initiatieven en de contacten met de buitenwereld.
De ad hoc vraag werd gelanceerd om informatie te verzamelen over succesvolle initiatieven van andere EMN-leden en waarnemende landen met betrekking tot initiatieven die de banden tussen opvangcentra en lokale gemeenschappen versterken.
Respondenten:
24 EMN-leden en waarnemende landen (waaronder BE) hebben een openbaar antwoord verstrekt op deze ad hoc vraag.
Bevindingen:
Een voorlopige analyse van de resultaten van de ad hoc vraag toont aan dat:
- In enkele landen (waaronder BE) verplicht of stimuleert het nationale beleidskader opvangcentra om, zodra ze operationeel zijn, initiatieven te organiseren die de interactie met de lokale gemeenschap bevorderen. Zelfs als het nationale beleidskader dit niet voorschrijft, organiseren opvangcentra in de meeste landen die hebben gereageerd activiteiten om de integratie van de opvangcentra en hun bewoners in de lokale gemeenschap te bevorderen. Dit gebeurt echter op vrijwillige basis.
- Er wordt een breed scala aan activiteiten georganiseerd, zoals rondleidingen en open dagen (bijv. LT, PL, HR), sociaal-culturele evenementen en uitwisselingen (bijv. BG, RS), ontmoetingen met lokale actoren zoals scholen (bijv. CZ, BE) en sportactiviteiten (bijv. FR, IT).
- De meeste respondenten die buurtinitiatieven organiseren, wijzen deze taken niet toe aan specifieke medewerkers. Drie respondenten (BE, CZ, SE) hebben echter specifieke medewerkers in dienst om deze activiteiten te coördineren. In BE is een medewerker voor gemeenschapsintegratie een officieel erkende functie binnen het opvangsysteem, waarbij er in principe in elk opvangcentrum één dergelijke medewerker werkzaam is.
- Wat betreft de monitoring van deze activiteiten beschikken enkele landen (bijv. BE, ES, SE) over een specifiek mechanisme voor buurtinitiatieven. BE en ES maken gebruik van een combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren om deze activiteiten te monitoren. De Spaanse indicatoren zijn erop gericht de mate van participatie in de activiteiten, de relaties met de lokale gemeenschap en de resultaten op het gebied van integratie en samenleven te beoordelen. SE ontwikkelt momenteel een nationale methodologie met gemeenschappelijke indicatoren en beoordelingsmethoden om buurtactiviteiten en samenwerking op lokaal niveau te monitoren. In andere landen (bijv. IT, RS) maken monitoring en evaluatie van deze activiteiten deel uit van activiteitenverslagen of van een bredere monitoring van opvangstructuren.
- Wanneer er geen monitoringmechanismen zijn ingevoerd, peilen de deelnemende landen de mening van de lokale bevolking over de opvangcentra via ad hoc raadplegingen met lokale gemeenschappen (bijv. BG, LT) of via regelmatige communicatie en feedback na afloop van de activiteiten (bijv. CZ, GR).
Lees voor meer details de hierboven bijgevoegde compilatie van antwoorden.