Belgische Raad van State schorst beslissing die opvangvoorzieningen beperkt voor verzoekers die reeds internationale bescherming genieten in een andere EU-lidstaat
De Belgische Raad van State heeft de beslissing van de minister van Asiel en Migratie geschorst om de materiële opvangvoorzieningen te beperken voor verzoekers om internationale bescherming die reeds bescherming hebben verkregen in een andere EU-lidstaat. In arrest nr. 267.364 van 8 juli 2026 schorste de Raad van State de maatregel na een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, ingesteld door verschillende organisaties die actief zijn op het gebied van asiel en migratie. De beslissing heeft betrekking op een maatregel die werd genomen naar aanleiding van het van toepassing worden van het Europees Migratie- en Asielpact op 12 juni 2026.
De kwestie gaat terug tot juli 2025, toen wijzigingen in het Belgische wettelijke kader nieuwe regels invoerden voor verzoeken om internationale bescherming van personen die reeds bescherming of een definitieve beslissing hadden verkregen in een andere EU-lidstaat. Deze wijzigingen omvatten onder meer beperkingen van de toegang tot opvangvoorzieningen voor bepaalde categorieën verzoekers. In februari 2026 schorste het Grondwettelijk Hof tijdelijk de bepalingen betreffende verzoekers die reeds bescherming hadden verkregen in een andere EU-lidstaat. Het Hof stelde tevens prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verenigbaarheid van deze bepalingen met het EU-recht. In maart 2026 gaf de minister van Asiel en Migratie Fedasil de opdracht om de materiële hulp voor deze categorie verzoekers op basis van andere rechtsgronden te blijven beperken. De Raad van State schorste deze instructie vervolgens. In juni 2026 paste Fedasil voor deze categorie verzoekers een nieuwe aanpak toe, gebaseerd op het Europees Migratie- en Asielpact, terwijl de procedure voor het Hof van Justitie van de Europese Unie nog liep.
Op 27 juni 2026 stelde CIRÉ, samen met de Ligue des droits humains, de Association pour le Droit des Étrangers (ADDE), Vluchtelingenwerk Vlaanderen en AVOCATS.BE, bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in. De verzoekende partijen vroegen de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister, die op een niet nader bepaalde datum in juni 2026 was genomen en niet in een afzonderlijk juridisch instrument was geformaliseerd. Op grond van deze beslissing werden verzoeken om internationale bescherming van personen die reeds internationale bescherming hadden verkregen in een andere EU-lidstaat, behandeld als volgende verzoeken. De zaak werd behandeld tijdens de zitting van 6 juli 2026.
In arrest nr. 267.364 van 8 juli 2026 oordeelde de Raad van State dat Verordening (EU) 2024/1348 een onderscheid maakt tussen volgende verzoeken en verzoeken van personen die reeds internationale bescherming hebben verkregen in een andere EU-lidstaat. Volgens de Raad vallen deze twee categorieën prima facie onder verschillende juridische regelingen en kunnen zij daarom niet automatisch op dezelfde manier worden behandeld. De Raad van State was daarnaast van oordeel dat de verwijzing naar het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en naar de doelstelling om secundaire bewegingen te beperken, niet verklaarde waarom de Europese wetgever voor deze twee categorieën verzoeken afzonderlijke regels inzake niet-ontvankelijkheid had vastgesteld.
De Raad van State concludeerde dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing de belangen van de verzoekende partijen ernstig kon schaden, aangezien de beperking van de materiële opvangvoorzieningen sinds 15 juni 2026 werd toegepast. De Raad beval daarom de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing, met inbegrip van de regels die op 17 juni 2026 via de interne e-mail van Fedasil met als titel “Limitation aide matérielle statut M” aan de personeelsleden van Fedasil waren meegedeeld. Ook werd de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het arrest bevolen.
Raadpleeg voor meer informatie het volledige arrest nr. 267.364 van 8 juli 2026 van de Raad van State, beschikbaar in het Frans.